Column: Korfbal is niet klaar voor de Olympische spelen

Korfbal is niet klaar voor de Olympische Spelen (Riko Kruit)


Riko Kruit is voormalig international, speler geweest van o.a. Ritola, Nic. en Dalto en nu trainer van Dalto. (column van 2012 uit NL-Korfbal.nl)

In de post-Olympische weken draait het in de Nederlandse sportwereld om eren, huldigen en, onvermijdelijk, evalueren.
Deze column gaat over de vraag of korfbal klaar is voor een introductie op het Olympisch platform. En, belangrijker, horen wij daar?

Plek is er zeker. Als je kijkt hoeveel verschillende disciplines er per sport worden “gespeeld”, dan is een nieuwe sport prima in te passen, medailles genoeg.
Bij het gewichtheffen werden de afgelopen weken liefst vijftien gouden medailles uitgedeeld, bij het judo veertien. En ook bij het boksen waren er velen “de beste”. Er was er eentje met een gewicht tot 49 kilo, eentje tot 52 kilo, eentje tot 65 kilo, eentje tot 60 kilo, eentje tot 64 kilo, eentje tot 69 kilo, eentje tot 75 kilo, eentje tot 81 kilo, eentje 91 kilo en eentje die meer woog dan 91 kilo.

Plek is er dus wel, want in mijn ogen kan één van de te verdelen medailles makkelijk vrijgemaakt worden voor een nieuwe sport.
En als dat niet mogelijk is, dan pleit ik voor een “wissel”: snelwandelen er uit en een echte sport er in. Snelwandelen is niet te begrijpen voor een neutrale kijker. Maar snelwandelen blijkt voor getrainde professionals ook praktisch niet uitvoerbaar. In theorie zijn de spelregels van het snelwandelen heel simpel.
De deelnemers moeten simpelweg zo hard mogelijk wandelen, waarbij ze op elk moment van de wedstrijd met minimaal één voet contact met de grond moeten houden. Extreem vertraagde beelden op de televisie lieten zien dat tijdens de Olympische wedstrijd alle (ik herhaal: álle) deelnemers zich een vluchtfase permitteerden!
De wissel zal ongetwijfeld besproken worden binnen het IOC, maar is korfbal dan de eerste vervanger?

Korfbal is geen sport die in genoeg landen op de wereld wordt gespeeld, zo zegt men, en daarom kan het nooit een Olympische Sport worden. In de praktijk wordt korfbal in bijna 60 landen over de wereld actief beoefend. Oké, hockey kent 127 actieve landen en atletiek, ik ken geen land waar dat niet wordt beoefend.
Dat is een verschil, maar niet het belangrijkste verschil. Het gaat er denk ik meer om hoe breed de top is.
Hoeveel landen kunnen strijden om een medaille?
Bij korfbal is Nederland de wereldkampioen, van de laatste tien keer won Nederland liefst negen maal. Die ene keer, in 1991, werd de wereldtitel gelaten aan België.

Voor een korfbaldier als ik doet het nog steeds pijn om terug te denken aan de ontketende Ilse Poinart of de misser van Hans Heemskerk vanaf twee-en-een-halve meter. “Het was goed voor het korfbal”, leerde mijn ouders me, maar nu, meer dan twintig jaar verder zijn we dus geen steek verder. België is alweer jaren de standaard runner-up en ondanks alle inspanningen van onze Zuiderburen: ze komen niks dichterbij.

En wat daar achter zit? Niks. Een hele tijd niks. En daarna kwamen vroeger nog Portugal en Tsjechië. Nu is onze hoop gevestigd op Chinese Taipei, voor België de grootste concurrent. Maar ook de Taiwanezen krijgen het (nog) niet voor elkaar een serieuze gooi te doen naar de tweede plek. België heerst over de rest. Dáár zit de angel. We kennen te weinig concurrentie. Bij andere sporten is de top iets breder.
Of beter, daar is het minder zeker wie er een wereldkampioenschap wint. Sinds 1990 worden de medailles tijdens de wereldkampioenschappen hockey bij de mannen verdeeld tussen vijf landen: Pakistan, Australië, Nederland, Duitsland en Spanje.

In het volleybal is de top nóg smaller. Daar zijn ook niet heel veel landen die zich kunnen mengen in de strijd om gouden medailles Italië en Brazilië overheersen en daarachter wisselt het sterk. Maar het grootste verschil is dat de nummers twee en soms zelfs de nummers drie ook gewoon wereldkampioen kunnen worden.

Voor korfbal is er zeker plek op de Olympische kalender, maar op dit moment horen we daar als sport nog niet thuis. We zijn nog te smal, Nederland is echt niet te goed, de rest is simpelweg niet goed genóeg. Wij zullen ons moeten richten op verdere internationalisering van het korfbal en zullen het belang van een sterke top 3 moeten onderkennen. Nederland, België en Chinese Taipei op hoog niveau brengen is genoeg voor een Olympische nominatie, immers, zo breed zijn andere sporten ook.
Daarnaast moeten we structureel werken aan kwalitatieve groei in potentiële landen als Engeland en Spanje. En als we dan eindelijk Olympisch zijn in 2028, dan volgen de andere landen vanzelf.