Column: Door de mand vallen

vdende

DOOR DE MAND VALLEN

Mario v.d. Ende is voormalig voetbal-topscheidsrechter, nationaal en internationaal

Overgenomen van de site: elfvoetbal.nl

Als heel klein jochie, toen Den Haag nog de beste korfbalstad van de hele wereld was, was ik met grote regelmaat langs een of ander korfbalveld te vinden. Omdat mijn moeder de sport zowel op het veld als in de zaal beoefende, kwam ik wekelijks wel een keertje bij Ons Eibernest, PAMS, KVS, HKV, Die Haghe, ALO, Dubbel Zes, Achilles of Hou Stand.

Ik vond het wel gezellig. De sfeer was altijd gemoedelijk en ik had het idee dat die stemming ook in stand werd gehouden door de stevige familie- en vriendenbanden die door het vaderlandse korfbal heen liepen. Mijn sport was het niet echt. Samen met meisjes sporten, dat deed je als Haags binkie niet. Ik begreep dat rare middenvak ook niet. Daarin zag ik mensen gewoon gezellig staan keuvelen of een verkoudheid oplopen en als de paaldames een keer een balletje vingen, vond ik dat 'partij' roepen zo kinderachtig. Het was toch logisch dat iedereen goed oplette wie de bal in bezit had. En je mocht niet eens ‘gedekt schieten’. Nee, lekker voetballen op straat, op het schoolplein, bij GONA en ADO, dat werd mijn lust en leven.

Aanpassingen
Door (waarschijnlijk) die erfelijke overdracht ben ik het korfbal wel altijd blijven volgen. Daarom kan ik ook zeggen dat korfbal een sport is die niet alleen is gegroeid, maar ook een sport is die met de tijd mee gaat. Het spel is met de jaren veel dynamischer geworden. Het middenvak is verdwenen en de spelregels werden met regelmaat aangepast. Hierdoor is het spel voor spelers en speelsters en -niet onbelangrijk- voor het publiek veel aantrekkelijker geworden.

Zaterdagavond was ik te gast bij de korfbalfinales in Rotterdam. Ik keek mijn ogen uit en was, samen met bijna 8.000 anderen, getuige van een heerlijk spektakel in Ahoy. De enerverende finale werd voorafgegaan door de strijd om de derde en vierde plaats. Vier op een gezonde manier rivaliserende supportersgroepen die op nog geen 1500 m2 -dwars door elkaar heen- een plek op de tot de laatste plaats bezette tribunes zochten. Supporters die nog over tegenstanders in plaats van vijanden spreken. Geen belachelijke 078 - 015 of 0343 - 075 tegenstellingen. Geen ME-ers, politiebusjes, politie te paard, waterkanonnen, aanhoudingseenheden, politiehond of politie in burger waren in de wijde omtrek te vinden. Vier verkeersagenten zorgden voor toch nog enige politiekosten. Een paar dozijn beveiligingsbeambten -die eigenlijk gewoon thuis hadden kunnen blijven- en hostesses die goed doorhadden dat een vriendelijk woord en een glimlach niets kost. Een burgemeester die nog geen seconde had wakker gelegen om over de organisatie van dit evenement binnen zijn stadsgrenzen te twijfelen. En zeker geen (demissionair) Minister van Voetbalzaken die roet in het eten gooit. Een minister die jaren geleden een enorme kans liet liggen toen hij de Justitie-portefeuille invulde en naliet een Voetbalwet in te voeren, die hij destijds alleen maar even vanuit het Engels had hoeven te vertalen.

Heropvoeding
Bij de entree geen detectiepoortjes, tassencontrole of preventief fouilleren. Niemand hoefde een persoonsgebonden clubcard te laten zien. Zo’n kaart die voetbalsupporters moeten kunnen overleggen, maar die natuurlijk in alles tegen de geest van Artikel 1 van onze Grondwet (hoezo wordt iedereen in gelijke gevallen gelijk behandeld?) indruist. Heerlijk zo’n avond met publiek uit alle Nederlandse uithoeken, dat niet alleen de voeding van hun opvoeding heeft genoten en waar de enige rommel in de zaal afkomstig was uit het confettikanon. Publiek dat elkaar respecteert en wat betreft sportiviteit geen tien heropvoedende maatregelen nodig heeft, zoals de voetbalbondsvoorzitter die afgelopen zaterdag in dagblad De Telegraaf presenteerde en waarmee hij op padvindersniveau hoopt de geest weer terug in de fles te krijgen. Hier was geen gedragsvoorschrift voor alle doelgroepen nodig. Hier was geen negatief commentaar op tegenstanders te horen. Hier is het aanpakken van wangedrag binnen clubs totaal geen issue. Hier was een prematch briefing totaal overbodig. Hier is wangedrag een besmet woord. Twee topsportwedstrijden kreeg het publiek door de superfitte en technisch vaardige balvirtuozen voorgeschoteld. In een onophoudelijke kakofonie werden de wedstrijden -zover ik dat als leek kon beoordelen- op duidelijke en prima wijze geleid. Wederom werd duidelijk dat, hoe beter de arbiters functioneren, hoe hoger het speelpeil zich kan ontwikkelen. Hartverwarmend was het om te zien hoe Koog Zaandijk-vedette Chris Kaper bij zijn publiekswissel in zijn laatste wedstrijd van alle aanwezigen een staande ovatie kreeg en hoe de tot tranen geroerde verliezers het konden opbrengen om tijdens de huldiging van landskampioen Koog Zaandijk voor hun opponenten te applaudisseren. Op weg naar huis reed ik langs De Kuip. Ik vroeg mij af waarom die korfballers eigenlijk geen twee finales organiseren?