Column: Re-tawtools (reünie)


jurgen tiekstraColumn: Re-tawtools (reünie)

naar aanleiding van de reünie junioren 1994-2000 op het mixtoernooi

Door: Jurgen Tiekstra (J.T.) 
Jurgen is oud lid en nu correspondent en journalist.

Toen ik mijn gulp open knoopte en plotseling merkte dat ik omringd werd door emmers en dweilen, drong een diep besef tot mij door: niks blijft zoals het was. Zelfs de vertrouwde wc van het ZuNoBri-clubhuis is niet meer de oude; ze blijkt veranderd in een bezemkast. Toen ik de kantineruimte weer instapte, zag ik dat ook de gaskachel in de hoek verdwenen was. Ooit had ik daar mijn tintelende vingers laten ontdooien, kromgetrokken als ze waren na urenlang in de vrieskou suikerbroden te hebben verkocht. In die tijd waren we als Zunobri-leden veredelde Jehova’s getuigen: met onze voet tussen de deur verkondigden we bij elk huis het evangelie van Staghouwer.

Buiten het clubhuis gekomen, was het hobbelige grasveld van weleer - waarover de witte lijnen uitgerold werden en de strafworppunaise in de natte grond gestoken moest worden - verruild voor zanderig kunstgras met een wirwar aan gekleurde belijning. Zelfs de veldafmetingen zijn totaal veranderd: als we vroeger in het veldseizoen speelden, zagen we de spelers van het andere vak heen en weer rennen aan de verre einder. Tegenwoordig is het alsof je in een drukke winkelstraat aan het korfballen bent.

‘De laatste tijd is er zo ongelooflijk veel in het korfbal veranderd’, vertelde onze Willem, met de wijsheid van een ingewijde. Pera was zelf uiterlijk ook behoorlijk veranderd, maar binnenin hem schuilde nog datzelfde aartsluie korfballertje dat tóch elk seizoen weer tot ‘nuttigste speler’ van ons team werd gekroond. Dat was te zien toen we met ons veteranenteam, aangevuld door de enthousiaste korfbalmoeder Yvonne en haar jonge talentzoon Thomas, de kunstgrasmat betraden. Iedereen korfbalde nog net als voorheen. Neem Willem: hij speelt nog steeds in slow-motion, met die trage balaannames van hem, waarna hij de bal even tegen zijn zij geklemd houdt, om hem daarna dan met een nonchalante rollende worp af te gooien.

Ook zijn vakgenoot Linda – die al na een paar minuten klaagde over ernstige vermoeidheid, maar misschien kwam dat doordat ze als moeder van twee kinderen uit het naburige Enumatil was aan komen fietsen – bleek in haar korfbaltechniek geen spat veranderd. Elk van haar afstandsschoten werd voorafgegaan door een klein Linda-hupsje, dat me direct terugvoerde in de tijd. Net als die kleine, voorzichtige renpasjes als Linda een weg stuiterende bal nog net voor de neus van een tegenspeler probeert weg te vangen.

Nog even wapperend langharig als altijd kwam Sandrine met haar vader uit Vaassen overgevlogen, het Oldehove van de Veluwe. Zelfs omklemd door een al even donker langharig dochtertje wist ze nog met sierlijkheid te korfballen. Net als Elke, die gadeslagen door het hoogblonde zoontje Yusuf, even ijverig en optimistisch als altijd wist te spelen. Met een bescheiden afstandschotje scoorde ze zelfs voor het eerst in haar volledige Zunobri-carrière. Zoals ze terecht uitriep bij het zien van de korrelige oude VHS-beelden op de beeldbuis in de hoek van de kantine: ‘Ik miste altijd alles!’

Vakgenoot van Elke was Siebren ‘ik-kom-als-mens’ van de Dijk: even strijdvaardig als altijd, zelfs vijfjarige tegenstanders de bal afpakkend, eeuwig voor de eigen doelkansen gaand, niet onder de indruk van de in wanhoop gesmoorde schreeuwen van volkomen vrij staande teamgenoten: ‘Siebren!, Siebren!, Sieb!, Sieb-ren!, ,Sie-ieb!, Siebren!, SIEBREN!’

Omdat zoveel oude teamgenoten afgezegd hadden – Heine, Jisva, Klaske, Alina – moest zelfs eeuwige coach Christiaan meespelen: met elke stap hoorde je het rammelen, zo los zitten zijn enkels inmiddels. Maar ook aan de zijlijn was Christiaan ouderwets luidruchtig. Meestal gelukkig was ‘Willém!’ het mikpunt van zijn dwingende raadgevingen. Voor ondergetekende nam hij af en toe het heerlijke ‘tópper!’ in de mond. Hoewel hij ook venijnig sarcastisch uit de hoek kwam: ‘Goed zo, Jurgen, spáár je energie!’

De tranen springen je in de ogen: in een paar uur tijd werden er zoveel high-fives uitgewisseld dat ik er genoeg heb voor al mijn donkere dagen. Graag wissel ik ze ook weer uit met de ontbrekende vier. Gelukkig kwam onze Alina toch nog kijken na afloop van het met slagroomtaart geëindigde toernooi: stoere moeder van vier kinderen inmiddels, ‘heksjes’ zoals ze die noemt. Aan het vuur in haar ogen te zien, is ze nog steeds de bulldozer van weleer.

Zestien jaar zijn voorbij na ‘het doodgaan’ van ons team. Spoel die videoband eens terug naar afscheidsjaar 2000: wie had ooit gedacht dat de junioren van ZuNoBri zich zouden voorplanten? Toch hebben ze inmiddels al genoeg kinderen op de wereld gezet om weer een volledig nieuw team te vormen. Het DNA van ons ploegje is dus voor de toekomst bewaard. Ik reken erop dat Christiaan, achter zijn rollator, opnieuw de bezielende leiding neemt.

Van onze verslaggever J.T.